Tekstgrootte:-+

Over psychiatrische ziekten

Wat is het belang van hersenonderzoek bij psychiatrische ziekten?

 NHB-Psy belang

Hier kunt u informatie vinden over de 7 psychiatrische ziekten waar NHB-Psy zich op richt:

Schizofrenie en/of psychosen

Schizofrenie is een ziekte van de hersenen, waarbij denken, gevoelsleven en gedrag van de patiënt ernstig verstoord zijn geraakt. De ziekte wordt gekenmerkt door psychotische periodes met een of meerdere van de volgende symptomen: wanen (gedachtes die niet overeenkomen met de werkelijkheid), hallucinaties (waarnemingen zonder externe zintuigelijk prikkel) en/of vreemd en verward denken, praten en gedrag. Daarnaast lijdt de patiënt aan een achteruitgang van zijn of haar psychisch en sociaal functioneren.

Schizofrenie komt wereldwijd bij ongeveer 1% van alle mensen voor, wat betekent dat in Nederland ongeveer 100.000 - 150.000 mensen schizofrenie hebben. De ziekte gaat gepaard met aanzienlijke morbiditeit (mate van invaliditeit) en mortaliteit (sterfte) en is zeer kostbaar, niet alleen wat betreft medische consumptie, maar vooral ook wat betreft het lijden van hen die deze ziekte hebben.

Ondanks dat de komst van antipsychotica (medicijnen tegen psychose) in de jaren ’50 een aanzienlijke verbetering van de behandeling van wanen en hallucinaties teweeg heeft gebracht, ontbreekt een effectieve behandeling van de andere symptomen van schizofrenie nog steeds. Dit komt o.a. omdat we tot op heden niet goed begrijpen wat er precies misgaat in de hersenen van hen die schizofrenie ontwikkelen. Wat we wel weten is dat er een ingewikkeld samenspel is van genen en omgevingsinvloeden.

Bipolaire stoornis

Een bipolaire stoornis, oftewel een manisch-depressieve stoornis, is een stoornis die gepaard gaat met sterke schommelingen in de stemming, waarbij de stemming gedurende langere periodes of te uitgelaten of zeer somber is.

Bipolaire stoornissen, die zich vaak voor het eerst openbaren rond het 20e levensjaar, komen bij 1-2% van de bevolking voor. Herkenning en behandeling van manisch-depressieve stoornissen zijn van levensbelang: denk bijvoorbeeld aan lichamelijke uitputting, die bij een manie kan optreden en die levensgevaarlijke vormen aan kan nemen of aan zelfmoord(pogingen), die regelmatig voorkomen bij (ernstige) depressie.

In de meeste gevallen is het niet mogelijk één oorzaak aan te geven van bipolaire stoornissen. Het gaat meestal om een combinatie van factoren: biologische (waaronder erfelijkheid), psychische (waaronder overschrijding van iemands draagkracht) en sociale factoren (waaronder ingrijpende stressvolle gebeurtenissen).

We weten niet wat er precies misgaat in de hersen van mensen met een bipolaire stoornis. Een behandeling die bestaat uit het geven van voorlichting en psycho-educatie, het geven van medicijnen en gesprekken / psychotherapie heeft bij ongeveer 60% van de patiënten een gunstig effect.

Ernstige depressie

We spreken van een (ernstige) depressie indien mensen zich na langere tijd niet over gevoelens van ernstige somberheid heen kunnen zetten. Depressies gaan gepaard met klachten van somberheid en lusteloosheid, een verlies van het vermogen plezier te kunnen beleven, interesseverlies, aandachts- en concentratiestoornissen, hopeloosheid en tot niets in staat zijn. Soms is er sprake van prikkelbaarheid, zelfverwijt, schuldgevoelens en twijfelzucht. Vaak gaan deze klachten gepaard met slaapproblemen, verlies aan eetlust en lichamelijke klachten zoals vermoeidheid.

Tien procent van de mannen en twintig procent van de vrouwen maakt gedurende zijn/haar leven een depressie door. De sociale gevolgen van een depressie en de verhoogde kans op zelfmoord maken het herkennen en behandelen van een depressie van levensbelang.

Er is niet sprake van 1 oorzaak bij het ontstaan van depressieve stoornissen. Het gaat veelal om een combinatie van biologische (erfelijkheid, lichamelijke ziekte), psychische (overschrijding van iemands draagkracht) en sociale factoren (ingrijpende stressvolle gebeurtenissen) factoren.

Ondanks dat we niet precies weten wat er misgaat in de hersen van mensen met een depressieve stoornis, heeft behandeling in de vorm van psycho-educatie, medicijnen (antidepressiva) en gesprekken / psychotherapie vaak een gunstig effect.

  • Lees hier het Factsheet depressie, opgesteld door GGZ Nederland

Autismespectrumstoornissen

Autismespectrumstoornissen (ASS) zijn ontwikkelingsstoornissen, waarbij er sprake is van een stoornis in het functioneren van de hersenen. ASS gaan gepaard met stoornissen in wederkerige contacten, in de communicatie en in het voorstellingsvermogen.

ASS komen bij ongeveer 1% van de bevolking voor. Er zijn meerdere risicofactoren voor ASS. Enerzijds speelt erfelijkheid een belangrijke rol. Anderzijds blijken omgevingsfactoren zoals complicaties tijdens de zwangerschap en de bevalling risicofactoren voor het ontwikkelen van ASS.

ASS zijn niet te genezen. Dit komt o.a. omdat we tot op heden niet goed begrijpen wat er precies misgaat in de hersenen van hen die ASS ontwikkelen. Wel kan goede begeleiding de kwaliteit van leven van mensen met ASS verbeteren en de last voor de omgeving verlichten. Daarnaast kunnen medicijnen nuttig zijn om bijkomende problemen (zoals angsten, depressies, dwanggedragingen, slaapproblemen en zelfverwonding) te verlichten danwel te behandelen.

ADHD (aandachtstekort-hyperactiviteitsstoornis)

ADHD verwijst naar het Engelse ‘Attention Deficit Hyperactivity Disorder’ wat aandachtstekort-hyperactiviteitsstoornis betekent. ADHD is een aandoening van de hersenen, waarbij “de rem uitstaat”: het is moeilijk om gedrag, maar ook gedachten en plannen in toom te houden. De aandoening wordt gekenmerkt door een onvermogen om voldoende aandacht voor taken of bezigheden op te brengen, vaak gepaard gaand met extreem druk en impulsief gedrag.

ADHD komt voor bij 4-8% van de kinderen en adolescenten en bij 2-5% van de volwassenen. Er zijn meerdere risicofactoren voor ADHD. Enerzijds speelt erfelijkheid een belangrijke rol. ADHD komt daarom vaak in families voor. Anderzijds blijken ook omgevingsfactoren zoals roken, alcoholgebruik en hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap risicofactoren voor het ontwikkelen van ADHD.

In bepaalde hersengebieden, die functies vervullen samenhangend met de klachten van ADHD, lijkt bij onderzoek sprake te zijn van te weinig activiteit. Stimulerende medicijnen zoals methylfenidaat (Ritalin) zorgen voor een toename van activiteit in die hersengebieden, waardoor “de rem” wordt gestimuleerd en de symptomen afnemen. Echter, tot op heden begrijpen we niet precies wat er misgaat in de hersenen van patiënten met ADHD.

Posttraumatische stressstoornis

Posttraumatische stressstoornis (PTSS) is een aandoening waarbij als gevolg van een schokkende gebeurtenis een trauma ontstaat, waarvan de verschijnselen (verhoogde prikkelbaarheid, herbelevingen en nachtmerries, vermijdingsgedrag en gevoelsarmoede) langdurig blijven bestaan.

Men schat dat ongeveer 80% van alle mensen gebeurtenissen meemaakt die als buitengewoon naar en heftig ervaren kunnen worden. Onder de mensen die zo’n trauma hebben meegemaakt komt PTSS in 5-10% van de gevallen voor. PTSS ontstaat dus alleen na een trauma. De aard, ernst, duur en betekenis van het trauma zijn bepalend voor het al dan niet ontstaan van een PTSS. Mogelijk speelt daarnaast een biologische kwetsbaarheid een rol.

Ondanks dat we nog niet precies weten wat er misgaat in de hersenen van mensen met PTSS, heeft onderzoek uitgewezen dat de balans en de beschikbaarheid van boodschapperstoffen in de hersenen, de zogenaamde neurotransmitters, verstoord is geraakt bij een PTSS. Hierdoor zijn sommige delen van de hersenen te actief, terwijl andere gebieden juist te weinig actief zijn.

Er zijn drie vormen van behandeling van een PTSS mogelijk, welke afgestemd wordt op de individuele omstandigheden van de patient: trauma gerichte cognitieve gedragstherapie, Eye Movement Desensitization Reprocessing (EMDR) en medicatie.

Obsessieve compulsieve stoornis

Een obsessieve compulsieve stoornis (OCS), ook wel dwangstoornis genoemd, is een aandoening die gekenmerkt wordt door het optreden van dwanggedachten (ook wel obsessies genoemd) en/of dwanghandelingen (ook wel compulsies genoemd). Bijkomend is er vaak sprake van gedachtenrituelen en vermijdingsgedrag.

OCS komt voor bij ongeveer 2% van de bevolking voor. De ziekte kan op vele gebieden negatieve gevolgen hebben voor de patiënt en zijn omgeving: relatie, gezin, werk, sociale contacten en financiën.

Waarschijnlijk ontstaan de klachten door een combinatie van erfelijke en omgevingsfactoren, zoals stress. We weten uit onderzoek dat bepaalde delen van de hersenen actiever en andere delen minder actief zijn in vergelijking met gezonde controles. Sterk vereenvoudigd zou gezegd kunnen worden, dat de remfunctie van bepaalde hersengebieden op gedachten en handelingen bij patiënten met een dwangstoornis minder goed werkt.

Ondanks dat we niet weten wat er precies misgaat in de hersenen van patiënten met OCS, is OCS in de meeste gevallen goed te behandelen. Afhankelijk van de verschijnselen en de ernst van de aandoening bestaat de behandeling uit cognitieve gedragstherapie, medicatie, of een combinatie van beide. Door de behandeling nemen de dwanggedachten en de dwanghandelingen af. Ook verminderen de angsten waarmee dwanggedachten gepaard gaan en treedt er minder vermijdingsgedrag op.

Body dysmorphic disorder (stoornis in de lichaamsbeleving)

Body dysmorphic disorder (BDD) is een stoornis in de lichaamsbeleving. Bij BDD is er sprake van een preoccupatie met een vermeende misvorming van het lichaam of buitensporige bezorgdheid over een lichte fysieke afwijking. Deze preoccupatie leidt tot beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen. Tevens is er vaak sprake van controlehandelingen en/of vermijdingsgedrag. BDD komt bij ongeveer 1-2% van de bevolking voor en ontstaat meestal tijdens de adolescentie, bij mannen even vaak als bij vrouwen.

Waarschijnlijk ontstaan de klachten door een combinatie van erfelijke en omgevingsfactoren, zoals pesten of misbruik tijdens de kindertijd of adolescentie. De afwijkingen die bij beeldvormend onderzoek gevonden worden lijken (deels) op de afwijkingen die bij OCS gevonden worden.

Ondanks dat we niet weten wat er precies misgaat in de hersenen van mensen met BDD, kunnen de symptomen (beduidend) verminderen door cognitieve gedragstherapie (CGT), eventueel in combinatie met medicatie.